Checklist voor het maken van jouw eigen wijn

Je eigen wijn maken in vijf stappen

Je eigen drank maken wordt steeds populairder. Na pakketten om je eigen bier te brouwen en je eigen virgin cocktails te mixen zijn er nu ook starterspakketten om je eigen alcoholvrije wijn te produceren. Wijn maken is namelijk lang niet zo moeilijk als je misschien zou denken. Wij vertellen je wat je nodig hebt en de rest kan je zelf.

Welke ingrediënten heb je nodig om wijn te maken?

Om wijn te maken heb je maar een paar ingrediënten nodig. Allereerst heb je natuurlijk druiven of ander fruit nodig als basis voor de wijn. Wijn hoeft namelijk niet per se gemaakt worden van druiven, ander fruit is ook geschikt. Daarnaast heb je wijngist nodig en gistvoedingszouten om het gist zijn werk te laten doen. Daarnaast heb je pecto-enzymen nodig, sulfiet en smaak- en geurverbeteraars.

Wat heb je verder nodig om zelf wijn te maken?

Naast ingrediënten heb je natuurlijk ook andere dingen nodig om wijn te maken. Het begint met een gistingsemmer, een gistfles en een aftapkraan met waterslot. Daarnaast heb je een lepel nodig op te roeren, een maatbeker en meetinstrumenten om het recept goed te krijgen en een zeef. Tot slot heb je lege flessen nodig om je wijn na het produceren in te doen en een dop of kruk om de fles goed af te sluiten. Tot slot is een goed reinigingsmiddel essentieel.

Het recept om zelf wijn te maken in vijf stappen

Nu je alles in huis hebt gehaald, kan je beginnen met het maken van je wijn.

  • 1. De druiven. Verwijder de steeltjes van de druiven en pers ze uit. Doe dit niet met een mixer, want dan gaan de pitten stuk en wordt je wijn bitter van de tannine. Je kan de druiven beter kneden met je handen of stuk maken met een deegroller. De velletjes en pitten laat je zitten. Het mengsel dat je nu hebt heet most.
  • 2. Sulfiet. Als je alcoholvrije witte wijn gaat maken, verwijder je de pitten en velletjes uit de most met een zeef. Bij alcoholvrije rode wijn laat je deze lekker zitten om mee te laten gisten. Voeg sulfiet met wat citroenzuur toe om de vorming van bacteriën te remmen. Dek je mengsel goed af en laat minimaal 24 uur staan.
  • 3. Gisten. Nu voeg je gist toe. Roer de gist samen met de gistvoedingszouten goed door je mengsel. Dek heet mengsel goed af en sluit af met een waterslot. Laat het een week lang staan in een constante temperatuur, 20 graden is ideaal. Roer wel af en toe door.
  • 4. Nog een keer gisten. Na een week hevel je het mengsel over naar een fles. Bij rode wijn is dit ook het moment dat je de pitten en velletjes eruit zeeft. Giet het sap in een gesteriliseerde fles en laat de wijn 2 tot 3 weken verder fermenteren.
  • 5. Bottelen. Nu kan je de wijn bottelen. Proef eerst de wijn en voeg eventueel wat suiker toe als je wijn te droog is. Gebruik gesteriliseerd flessen en sluit de fles af met een kurk of dop. Ontwerp je eigen etiket om op de fles te plakken. Wacht nog twee tot twaalf maanden om je wijn voor het eerst te proeven. Daarna kan het genieten beginnen.
  • 5a. Alcohol verwijderen. Bij alcoholvrije wijn verwijder je eerst de alcohol. Dit kan door verhitting, vacuümdestillatie en omgekeerde osmose.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.